Als we dan toch de vakantie laten passeren, heb ik er nog een. Vele mensen
en schrijvers zijn lyrisch over het strand en alles erop en eraan. Over
strandjutten, strandliefdes, nachtelijk escapades op het strand, bloQhutten
etc. etc.
Nou, de Zeverear heeft het ook maar eens geprobeerd om aan het strand te
gaan liggen.
Het begint al met het feit dat het strand dus zo ongeveer 200 kilometer
rijden is. Fahren zeg maar, want je kan aan sluiten bij al die Duitsers die
ook naar de zee toe gaan (je weet wel om de loopgraven oorlog voort te
zetten).
Kom je eindelijk bij het strand aan, nou jij bijna dan, kan je eerst een uur
lopen zoeken naar een geschikte parkeerplaats. Blijkt er alleen maar een
betaalde parkeerplaats te vinden zijn en als echte Hollander heb ik daar dus
een godsgruwelijke hekel aan. Dan nog maar een uur zoeken om vervolgens tot
de conclusie te komen dat er allen nog plek was op de betaalde
parkeerplaats. Vervolgens al het klein geld bij elkaar zoeken om die meter
te vullen, want je zult zien dat uitgerekend om deze zonovergoten dagen de
gemeentelijke controleurs aan het werk gaan. Het zal denk ik ook wel komen
dat ze vanwege die hitte ook direct op bedrijfstemperatuur zijn en niet meer
warm hoeven te lopen.
En dan begint het echt. Je bent ongeveer een pakezel als je naar het strand
loopt. Man, wat moet je toch veel meenemen hè. Parasol, grote handdoek,
deken, strandstoel, strandbal, luchtbed incl. pomp, bodyboard, 2 koelboxen
fris/bier, eigenlijk 1,5 koelbox bier en 0,5 BW (=bobwater), een zak
broodjes, ja lekker lux doen op zo’n dag. Zonnebril, boxershort/annex
zwembroek, veel, heel veel zonnecrème en after sun olie.
Na die, onlangs nog extra verhoogde, dijk eindelijk de zee zien. Machtig
mooi man. Van die witte schuim kopjes op de golven. Goh toch heel wat anders
dan het vlakke E-3 strand zeg. Een lekker windje erbij, gewoon heerlijk. Nu
ik daar van het uitzicht sta te genieten, blijkt eigenlijk toch wel dat het
hier niet zo super warm is. Best dragelijk moet ik zeggen.
Zo dan nu naar links uitwijken, richting strandpaviljoen. Als bijkomende
prettigheid blijkt, achteraf hoor, dat er juist naast dit paviljoen een
naakt strand is. Toeval hè.
We installeren ons op enkele meters afstand tussen de kwakende jong en
onverstaanbare dikke oosterburen. Met onze soundblaster moet het lukken hier
over heen te komen.
Het opzetten van al het meegenomen tuig valt tegen. Toch iets teveel last
van de wind en te weinig ervaring om die spullen allemaal vlug en kundig op
te zetten. Maar om me heen kijkend ben ik niet de enige. Schrale troost,
zeggen we maar.
Ik begin me nu al te ergeren aan al dat los zand, Man wat een ellende zeg.
Overal zand. Wil net een kopje koffie ingieten, zit er al meteen zand in het
bekertje en op de schenktuit van de thermoskan. Later bij het open maken van
het lekker gekoelde pilsje, ook al dat zand, vooral bij de hals. Afvegen met
je hand helpt ook al niet veel, want die blijkt ineens ook al helemaal onder
het zand te zetten. Het zo duur ingekocht broodje heeft ook al een bij
smaakje en geluidje gekregen. Knarsetandend gaat het naar binnen. Dan zullen
we maar niet uitgebreid stil blijven staan bij het insmeren van mijn
goddelijk afgetraind lichaam. Als ik er aan terug denk, leek het wel of er
met schuurpapier over dat lichaam gegaan werd. Dan wil je lekker gaan liggen
op je handdoek cq deken, plof je gewoon neer in een zandhoopje. Loop je naar
het toilet om wat te gaan doen, kom je het zand tegen tot in je zwembroek,
ja tot diep in je bilnaad. Ik denk dat als ik een wind laat het zelfs tot
een zandexplosie zou kunnen leiden. Als ik vannacht weer ga slapen ben ik
bang dat ik ga dromen over zandduinen. Ja, en die bekende en minder bekende
schrijvers maar lyrisch zijn over de strandliefde. Pleur op met al dat zand
man.
Dan moeten we natuurlijk ook nog eens gaan zwemmen hè. Heerlijk in de zee,
of juist niet. Het zou de Zeverear niet zijn als hij daar ook wat over te
zeiken had. Inderdaad. Loop ik, dan dansend over die verdomde scherpe
schelpen, richting zee. Hier en daar een kwal ontwijkend, nee ik bedoel hier
geen verfoeide RC-leden, maar van die mooie blauwe. Hoe dichter ik bij de
zee kom, des te meer begint die zee te stinken zeg. Een heel aparte geur
zeg. Echt niet aangenaam. Ze noemen het zilt. Zou best kennen, maar voor mij
stinkt het gewoon. Loop ik heel voorzichtig die beerput in, want ja, dat
moet wel voorzichtig gaan, gelet op het temperatuur van het water, komt er
opeens zo’n golf. Weg tactiek om er voorzichtig in te gaan. Gewoon de volle
laag koud water over mijn donder.
Door deze toch wel koude ervaring, vergeet ik mijn mond goed dicht te doen.
Gevolg een klats zeewater naar binnen. Nou zoals ik al schreef, gewoon een
beerput die zee. Buiten het feit dat het water stinkt, smaakt het ook nog
voor geen meter. Ik sta daar ongeveer 5 minuten na te spugen zeg, om maar
een beetje van die smaak kwijt te raken. Nee, het zwemmen wordt ook niets.
Dan maar even bijkomen en wat zonnen op het strand. Gelet op het lekker
zeewindje, kon ik toen nog niet zeggen dat het echt (te) warm was, dus het
insmeren, na de 1e ervaring maar niet herhaald. Na ongeveer 1
uurtje bakken, wordt het wel wat warm op mijn rug, na 2 uurtjes begint het
wel een beetje rood te worden. Alsnog maar wat insmeren. Weer dat zand over
het lichaam. Ik besluit dan ook maar om lekker op of eigenlijk meer in het
paviljoentje te gaan zitten. Lekker genieten van een duur betaalde pintje en
natuurlijk uitzicht op het naaktstrand. Zo preuts als ik ben was dat niet de
bedoeling en ik wil niet preuts over komen, maar telkens wordt toch mijn
aandacht getrokken door een of andere vermeende schone op het naaktstrand.
Bij nadere studie blijken het over het algemeen van die ouwe vellen te zijn
die daar rond lopen, zeg maar ribfluweel types. Echte patsers (m/v) met
vermoedelijk zo´n grote opgevoerde BMW met extra dikke uitlaat, typeplaatje
ook opgevoerd, (725 ipv 316), haar geblondeerd, zonnebank bruin, overdreven
recht of zelfs van boven iets naar achter overhellende houding, zodat het
gereedschap wat meer naar voren steekt of eigenlijk meer hangt.
Al zitten op het terrasje kom ik steeds meer tot de conclusie dat ik zojuist
zo ongeveer tot op mijn bot verbrand ben en dat zonnebrand en after sun
vermoedelijk wel niet zullen helpen. Als de bob dan roept dat we gaan, wordt
het dezelfde lijdensweg terug. Veel inpakken en sjouwen, een uur nodig
hebben om via de te smalle drukke strandwegen eindelijk op de autoweg te
komen. Er achter komen dat je super verbrand bent, omdat je de wind
onderschat had. Alles wat je aanraakt is besmet met zand. Het zeewater proef
je nog steeds in je mond. En de beloofde vrijpartij met mijn nieuwe vriendin
gaat vanavond niet door in verband algehele roodheid. Er naar wijzen doet al
zeer.
Dit alles terugkijkend kom ik tot de conclusie dat ik de volgende keer toch
maar naar de Smagtenbocht ga. Ik begrijp nu ook waarom ze zoveel moeite doen
om zo’n zwembad open te houden. De volgende keer stem ik ook op Bladel
Transparant, of kan dat niet als je in Reusel woont?
Ik zou nog een hele tijd door kunnen gaan,zo vol zit ik ervan. Maar het is
nu al zo'n lap tekst.
Dus stop ik nu en de groetjes van een (ex-) verbrandde
Zeverear