(door omstandigheden werken de links tijdelijk niet meer)
In dit overzicht treft u een beschrijving aan, inclusief de
bijbehorende documenten, over de door het college van B&W van
Bladel voorgenomen grondverkoop aan een projectontwikkelaar
inzake 18.570 m2. De vraagprijs van de betreffende gronden ligt
echter ver onder de marktwaarde alsmede is de vraagprijs in
strijd met de grondnota van de gemeente Bladel. De
coalitieraadsleden zijn van de gang van zaken en de fouten op de
hoogte, maar hebben tot op heden daar niets aangedaan, onder het
mom van “het college doet toch alles goed”. De gemeente Bladel
leidt, indien de grondverkoop doorgaat, een schade van bijna 3
miljoen euro.
Bijgevoegde kopieën van originele documenten zijn op basis van
de Wet Openbaarheid van Bestuur verkregen. Het college van B&W
probeert koste wat kost om te voorkomen dat de overige
documenten inzake o.a. deze grondtransactie geopenbaard zouden
kunnen worden. Daarover lopen nu zelfs procedures bij de Raad
van State.
“De door u genoemde vaste vraagprijs in uw hiervoor
aangehaald schrijven ad Euro 900.000,= betekent op basis van de
eveneens door u (toevoeging: het college), middels de
bijgevoegde (concept)verkooptekening, aangegeven aantal m2 van
18570 (9356 m2 parkeergelegenheid en 9214 m2 bebouwing) een
prijs per m2 van Euro 48,-“.
De prijs van Euro 48,- is gebaseerd op bouwrijpe grond met een
onherroepelijke bouwvergunning (dit blijkt uit de bijgevoegde
correspondentie). Het college van B&W van Bladel geeft in
zijn brief van 19 juni 2003 feitelijk aan dat de sloopkosten
van het aanwezige zwembad voor rekening van de
projectontwikkelaar dient te komen. Uit een ander (niet
bijgevoegde) interne notitie van het college is gebleken dat de
sloopkosten van het zwembad volgens het college geschat worden
op EUR 75.000. In een intern document van de gemeente Bladel
genaamd “overleg
omtrent ontwikkeling zwembadterrein d.d. 5 januari 2000”
staat: “wethouder Peijnenburg geeft aan dat als
uitgangspunt geldt dat de grond betaald moet worden tegen de
getaxeerde marktwaarde.”
In het document “Bestuurlijke opdracht revitalisering sportpark
De Smagtenbocht” staat dat: “Voorkomen moet worden dat de
planontwikkelaar eerst de voor hem aantrekkelijke krenten uit de
pap haalt en de financieel minder aantrekkelijke onderdelen in
de tijd (te) ver naar achteren schuift.”
In een ander document, genaamd “Bestuurlijke
opdracht revitalisering sportpark de Smagtenbocht van september
2001” wordt over de grondprijs het volgende geschreven:
“Voor de bepaling van de grondprijs kan voorlopig worden
uitgegaan van de door een makelaarskantoor gegeven onderbouwing
resulterende in een gemiddelde prijs van € 324,25 per m2 voor
het hotel inclusief nevenruimten, verharding en
groenvoorziening. Daarnaast stelt het makelaarskantoor voor om
voor recreatieterreinen of gronden met bestemming openbare
bijzondere gebouwen met bebouwingsmogelijkheden uit te gaan van
een bedrag per m2 variërend tussen € 45,38 en € 102,10.”
Volgens de ingediende tekening van de projectontwikkelaar
(niet bijgevoegd) kwalificeert de helft van het terrein voor de
genoemde hoge prijs (waar hotel, sauna, congrescentrum,
bijbehorende parkeerplaatsen ed gebouwd zouden worden) en de
andere helft van het terrein (o.a. sporthal met bijbehorende
parkeerplaatsen) voor de lagere prijs. Als men dan uitgaat van
afgerond 9.000 m2 x € 320 + 9.000 x € 100 komt men op een bedrag
van afgerond € 3.780.000 als waarde in het economische verkeer
van de gronden.
In een interne e-mail van 13 september 2001
Ontwikkelingen sporthotel op sportparkaan twee
wethouder is geschreven dat “de ontwikkelaars vernemen deze
maand (september 2001) welke prijs de gemeente Bladel zal
hanteren voor de te verkopen grond.” Op basis van de afspraak
van 5 januari 2000, namelijk dat de gronden tegen de
taxatiewaarde verkocht zouden worden, lijkt het toch dat de
gronden tegen bovenstaand bedrag van ongeveer € 3.780.000 (zie
ook
Bestuurlijke opdracht revitalisering sportpark “de Smagtenbocht
van september 2001) verkocht zouden moeten worden aan de
projectontwikkelaar en niet voor een bedrag van € 900.000 (€ 48
per m2) voor bouwrijpe grond met onherroepelijke
bouwvergunningen, exclusief sloopkosten zwembad, waarvoor de
gronden nu door het college van B&W aan de projectontwikkelaar
zijn aangeboden.
In
het verweerschrift van AKD Prinsen Van Wijmen van 19 februari
2004 schrijft de advocate namens het college van B&W van
Bladel het volgende: De bedragen die Stichting ABS noemde
zijn volgens haar: “bedragen die niet aan de orde zijn en
bevat richtbedragen die in andere gemeenten worden gehanteerd”.
De advocate van de gemeente Bladel geeft verder namens het
college van B&W van Bladel aan dat de waarde van € 900.000
gebaseerd is op residuele grondwaarde. Het bijbehorende
taxatierapport weigert het college van B&W echter te openbaren,
zelfs na toestemming van de opsteller van het taxatierapport.
Volgens de
nota grondbeleid 2004van de gemeente Bladel
(aangenomen door de gemeenteraad) mogen de gronden van De
Smagtenbocht echter absoluut niet getaxeerd en verkocht worden
op basis van “residuele grondwaarde”. Het principe van
residuele grondwaarde mag alleen bij projectwoningen toegepast
worden en volgens de plannen worden op De Smagtenbocht zeker
geen projectwoningen gebouwd. Residuele grondwaarde betekent
feitelijk dat de waarde van de gronden bepaald wordt op basis
van welke voorzieningen daarop gebouwd worden. Een andere
uitdrukkelijke voorwaarde voor toepassing van de residuele
grondwaarde benadering bij grondverkoop, is dat er gebouwd moet
worden met een z.g.n.openbegroting. Open begroting betekent dat
een aannemer het bouwwerk realiseert met een open begroting
zodat de opdrachtgever (het college) de marges (c.q. winst) kan
controleren. De bedoeling hiervan is om zo goedkoop mogelijk
woningen te bouwen(bijvoorbeeld ingeval van woningen voor
starters of ouderen).
Het college heeft in het aanbod aan de projectontwikkelaar de
openbegroting voorwaarde echter niet meegenomen. Nu het college
van B&W van Bladel de te verkopen gronden toch op basis van de
residuele grondwaardeprincipe heeft laten taxeren, heeft zij dus
weer geheel in strijd met besluiten van de gemeenteraad
gehandeld.
De advocate geeft namens het college van B&W van Bladel in haar
verweerschrift van 19 februari 2004 aan dat:
“Bestuurlijk is nadrukkelijk gekozen voor een andere weg”.
Dat het college van B&W van Bladel weet dat zij in strijd met
besluiten van de gemeenteraad c.q. de grondnota handelt, blijkt
impliciet ook uit het feit dat Wethouder Peijnenburg in de
raadsvergadering van 22 januari 2004 aangaf dat taxatie op basis
van residuele grondwaarde slechts bij projectwoningen is
toegestaan.
Opgemerkt dient te worden dat in november 2003
coalitieraadsleden (Algemeen Belang) van mening waren dat het
college van B&W alles goed gedaan heeft inzake de
grondtransactie en de juiste waarde heeft vastgesteld. Ook nu
blijkt weer aantoonbaar dat deze coalitieraadsleden weer niet
weten waarover zij het hebben en derhalve feitelijk weer
blindelings het college volgen.
Tot op heden heeft slechts de fractievoorzitter van het CDA, de
heer J. Duis over deze grondtransactie vragen durven stellen
(wat door de andere raadsleden van de coalitie niet op prijs
werd gesteld). Zeker is dat op De Smagtenbocht geen
projectwoningen gebouwd worden.
De
nota grondbeleid 2004 is op de website van de gemeente
Bladel te vinden,
www.bladel.nl.
Volgens deze nota dienen gronden in 2004 in de vrije sector voor
€ 275 per m2 verkocht te worden. Gronden voor bijzondere
gebouwen / voorzieningen (bijvoorbeeld sporthal) in geval er
geen winstoogmerk aanwezig is worden voor € 105 per m2 verkocht
en in geval bij bijzondere gebouwen / voorzieningen waar wel een
winstoogmerk aanwezig is, is de waardebepaling gebaseerd op
vrije taxatie (dit kan dus ook meer dan € 275 per m2 zijn).
Het is algemeen bekend en ook logisch dat voorzieningen zonder
winstoogmerk ook een lagere grondprijs betalen. In Bladel werkt
dit echter weer anders zie de prijs van € 48 per m2. De gemaakte
schatting van de waarde van de gronden van € 3.780.000, op basis
van interne documenten van de gemeente Bladel zelf, wordt dan
ook feitelijk door de nota grondbeleid 2004 van Bladel
bevestigd, daar beide bedragen aardig overeenkomen. Een ding is
zeker, de projectontwikkelaar handelt zeker niet zonder
winstoogmerk, waardoor de (lagere) prijs van € 105 per m2 grond
voor bijvoorbeeld het bouwen van de sporthal voor hem niet reëel
is. Hoe het college dan op een bedrag ad € 48 per m2 komt is en
blijft een raadsel. Zoals de advocaat namens het college van B&W
van Bladel al stelde, bestuurlijk is gekozen voor een andere
weg.
Waarop deze andere weg gebaseerd is wordt echter met alle
mogelijke middelen door het college van B&W geheim gehouden,
ondanks verscheidene verzoeken hierover op basis van de Wet
Openbaarheid van Bestuur. Daarover lopen nu nog verschillende
juridische procedures. De gemeente Bladel leidt bij doorgang van
de verkoop van de gronden wel een schade van bijna € 3 miljoen.